Beste blogvrienden,
De lente is aangebroken in Zuid-Amerika dus wordt het tijd dat we eens een kijkje gaan nemen. Op 28 augustus 2011 stapten we aan boord van een Airbus 340-400 richting Montevideo. Op de kaart hieronder kunnen jullie onze reisweg (de rode lijn) die we dit jaar gepland hebben te maken de komende 4 maanden. Dus veel plezier ermee en we zullen ons best doen om een goed verslag door te bloggen. We beginnen in het rustige Uruguay waar een kleine maar moderne luchthaven “Carrasco” ons welkom heette. Van hieruit namen we de bus naar Colonia del Sacramento waar onze camper “de ATA” nog steeds op ons staat te wachten ??
Ja, hoor! Zonder probleem reden we de garage uit waar de ATA na 9 maanden eindelijk terug het zonlicht zag! Onze eerste bestemming was de lokale camping waar we ons huisje eens een goede poetsbeurt hebben gegeven. Dit alles onder het toeziende oog van de plaatselijke kids die steeds vroegen waar we vandaan kwamen …
Colonia del Sacramento, gelegen aan de brede rivier Plate is een toeristische magneet maar baadde nu nog in een oase van rust. Het seizoen is hier nog niet begonnen. We konden hier volop genieten van de koloniale sfeer die hier nog steeds hangt. De enige drukte die te bespeuren was, was die van de vele vogels die nesten aan het bouwen waren, een mooi schouwspel.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Colonia_del_Sacramento
http://nl.wikipedia.org/wiki/R%C3%ADo_de_la_Plata
Colonia uitrijden doet men in stijl via een mooie laan omzoomd door palmen.
Door landelijk gebied reden we naar ons eerste doel, een geocache vinden in het dorpje Santa Anna ook gelegen aan de rivier Plate. De verstopte cache hebben we gevonden en naast de rivier konden we ook niet kijken, deze lijkt meer op een zee, de overkant is met geen oog te bespeuren.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Geocaching
Verder op onze weg richting oosten kwamen we terug aan de hoofdstad van Uruguay, Montevideo. Vanaf het fort op de heuvel “El Cerro” heeft men een prachtig panorama op de stad.
Een korte wandeling door de botanische tuin aan de rand van de stad was onze start voor een verder bezoek aan de stad.
Montevideo is ook gelegen aan de grootste rivierdelta van de wereld, de Plata. Het is een aangename leefbare stad, maar buiten de Plaza Indepencia, waar de stichter van Uruguay, Artiges zijn mausoleum heeft en het indrukwekkend torengebouw Palacio Salvo (1922) heeft het voor de toerist weinig te bieden. Maar voor degenen die van een stukje vlees houden is de Mercado del puerto “the place to be …”. We hebben hier voor gepast, voor ons was dit een beetje te veel …!
De laatste grote zeeslag ter wereld (1939) is in deze rivierdelta geleverd (The battle of the river Plate). In het Museo Naval kon men alles te weten komen over deze legendarische zeeslag tussen de Duitse compacte oorlogsbodem “Admiraal Graf Spee” en de Britse marine. Voor het museum stond een opgevist kanon van de “Graf Spee” opgesteld dat toen vlak voor de kust van Montevideo is gezonken.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Admiral_Graf_Spee
Aan de rand van de stad heeft men een, wat men hier noemt “Nationaal park”, Park Roosevelt. Hier had iemand een geocache verstopt, deze hebben we opgevist uit een holle boomstam.
Nu verlieten we Montevideo noordoost waarts naar het heuvelend landbouwgebied. Soms hadden we het gevoel dat we de enige auto op de weg waren. Niet ongewoon in een land 5x groter dan België en 3,5 miljoen inwoners! Toch zijn er hier nog leuke campings te vinden voor een verloren gelopen toerist. Zoals de camping Aguas Blancas, gelegen aan de gelijknamige dam. Wat een rust!
Op weg naar de stad Minas bezochten we de trots van Uruguay, Park Salus. Hier wordt het mineraal water met 200.000 liter per dag gebotteld. Ook wordt het water gebruikt om het bier “Patricia” te brouwen. (Kortelings overgenomen door Inbev). We konden zelf onze dorst lessen aan de “Puma bron” in het mooi aangelegd park “Del Puma”.
Aangekomen in Minas zat de meteo wat tegen. Dit maakte in de stad de sfeer van een oude filmset, verlaten straten, auto’s uit vervlogen tijden, hier en daar vervallen art deco …
Regen, donder en bliksem trokken weg en via een grindweg reden we naar een populair natuurgebied, “Cerro Arequita”. De “Cerro” (berg) baadde de volgende morgen volop in de zon. Wandelschoenen aan en erop af!
Een andere trekpleister zijn de “Watervallen del Pentinente”. Hier valt het water 60 meter naar beneden van de Sierra del Carapé. Ook de gieren waren van de partij boven ons hoofd.
In onze reisgids (Bradt) stond “Villa Serrana” beschreven als een dorp dat gebouwd was in harmonie met de natuur (1945) door de architect JulioVilamajó. Hier kampeerden we naast de allereerste jeugdherberg van Zuid-Amerika (1958). De sfeer was hier ontspannend, zeker in het zonnetje, genietend van een “Patricia” bier gekocht in het lokale winkeltje. Ja, soms heb je het gevoel in Uruguay dat de tijd hier is blijven stilstaan.
Het vee drijven wordt hier nog op de traditionele manier gedaan. De “Gaucho” te paard begeleid door een hond. De veeteelt is de grootste inkomst van het land, dus zorgen ze goed voor de dieren. De schapen krijgen zelfs een jasje aan!
Nog een ander hoogtepunt in Uruguay is de grootste kloof van het land, (Nationaal park “Quebrada de los Cuervos) dat zich met een diepte van 175 meter door het “Cuchilla Grande” gebergte snijdt. Een grote naam voor een klein gebergte … Toch was de tocht door de kloof met z’n palmbomen en wild stromende rivier een aangename verrassing.
Terwijl de vogels druk in de weer zijn met het bouwen van hun ingenieuze nesten bouwen wij verder aan onze reis en zien we elkaar weer ergens in het zuiden van Brazilië. Adios Amigos!
Op weg naar de stad Minas bezochten we de trots van Uruguay, Park Salus. Hier wordt het mineraal water met 200.000 liter per dag gebotteld. Ook wordt het water gebruikt om het bier “Patricia” te brouwen. (Kortelings overgenomen door Inbev). We konden zelf onze dorst lessen aan de “Puma bron” in het mooi aangelegd park “Del Puma”.
Aangekomen in Minas zat de meteo wat tegen. Dit maakte in de stad de sfeer van een oude filmset, verlaten straten, auto’s uit vervlogen tijden, hier en daar vervallen art deco …
Regen, donder en bliksem trokken weg en via een grindweg reden we naar een populair natuurgebied, “Cerro Arequita”. De “Cerro” (berg) baadde de volgende morgen volop in de zon. Wandelschoenen aan en erop af!
Een andere trekpleister zijn de “Watervallen del Pentinente”. Hier valt het water 60 meter naar beneden van de Sierra del Carapé. Ook de gieren waren van de partij boven ons hoofd.
In onze reisgids (Bradt) stond “Villa Serrana” beschreven als een dorp dat gebouwd was in harmonie met de natuur (1945) door de architect JulioVilamajó. Hier kampeerden we naast de allereerste jeugdherberg van Zuid-Amerika (1958). De sfeer was hier ontspannend, zeker in het zonnetje, genietend van een “Patricia” bier gekocht in het lokale winkeltje. Ja, soms heb je het gevoel in Uruguay dat de tijd hier is blijven stilstaan.
Het vee drijven wordt hier nog op de traditionele manier gedaan. De “Gaucho” te paard begeleid door een hond. De veeteelt is de grootste inkomst van het land, dus zorgen ze goed voor de dieren. De schapen krijgen zelfs een jasje aan!
Nog een ander hoogtepunt in Uruguay is de grootste kloof van het land, (Nationaal park “Quebrada de los Cuervos) dat zich met een diepte van 175 meter door het “Cuchilla Grande” gebergte snijdt. Een grote naam voor een klein gebergte … Toch was de tocht door de kloof met z’n palmbomen en wild stromende rivier een aangename verrassing.
Terwijl de vogels druk in de weer zijn met het bouwen van hun ingenieuze nesten bouwen wij verder aan onze reis en zien we elkaar weer ergens in het zuiden van Brazilië. Adios Amigos!

































0 reacties:
Een reactie plaatsen